NODO procedure

Sinds oktober 2012 is in Nederland de NODO (Nader Onderzoek DoodsOorzaak) geimplementeerd. Dit betekent dat voor minderjarigen (0-18 jaar) die overlijden een speciale groep is vastgesteld, waar verplicht nader onderzoek naar de doodsoorzaak moet gebeuren.

Sinds 1 januari 2010 moeten al alle minderjarigen die overlijden worden gemeld aan en besproken met de forensisch arts. Indien de conclusie is dat er sprake is van een verwacht, verklaard overlijden, kan de behandelend arts de verklaring van overlijden afgeven. Bij geen overtuiging van natuurlijk overlijden zal de forensisch arts de schouw en afhandeling overnemen.

Indien er wel overtuiging van natuurlijk overlijden is, maar geen verwacht én verklaard overlijden, zal de speciaal opgeleide NODO- forensisch arts worden ingeschakeld, die samen met de NODO kinderarts en kinderradioloog en kinderpatholoog zal trachten de doodsoorzaak nader vast te stellen. Hiertoe zal er onderzoek plaats vinden op de plek van overlijden, de voorgeschiedenis zal worden bestudeerd (de behandelend artsen en jeugdartsen zijn verplicht de gegevens ter beschikking te stellen), er zal een uitgebreide schouw worden gedaan met afname van lichaamsvocht en er zal beeldvormend onderzoek (CT-scan) worden verricht. Indien nodig zal een obductie ("lijkopening") volgen. De specialistische onderzoeken zullen in Utrecht of Amsterdam plaats vinden.

De insteek is de doodsoorzaak achterhalen met alle respect voor het kind en betrokkenheid van de ouders.

Met ingang van 1 januari 2014 is de financiering en daarmee de uitvoering van de NODO-procedure gestaakt. Tot verbijstering van alle betrokkenen heeft de overheid geen vervolg financiering ter beschikking gesteld. De wet kan nu in deze niet gevolgd worden. Bij onbegrepen overlijden zal er ad hoc gehandeld moeten worden.


26-06-2013